Crocodile Trophy 2018

Als je mijn avonturen als eerste wenst te volgen kan dit op de Facebookpagina “Ride Against MS – Sjoukje en Tom’s sportieve avonturen”. Mijn vrouw Sjoukje Dufoer houdt dagelijks een dagboek bij voor de Krant van West-Vlaanderen die ik op de Facebookpagina en nadien ook ook hier zal posten.

IMG_8504 IMG_8352 IMG_8593IMG_9122

 

"De Crocodile Trophy is een droom, maar mijn hart blijft thuis bij mijn broer"

Inleiding: vreugde, angst, verdriet, maar vooral hoop.

Het is bijna zover… We staan klaar om op het vliegtuig te stappen richting Australië voor dé Crocodile Trophy! Eindelijk. Maar niet zonder slag of stoot. Zo beslist het lot, zoals alleen het lot onvoorspelbaar, gruwelijk maar toch wondermooi een scenario kan bedenken.

Het zat al een tijdje in mijn achterhoofd. Het lot heeft het me al een paar keer gelapt. Niet consistent, want dan zou het lot voorspelbaar zijn. Wel eerder uitdagend. Mijn broers ziekte werd vastgesteld toen ik in het buitenland zat. Bij thuiskomst bleek hij een ongeneeslijke ziekte te hebben. Niet zomaar een ongeneeslijke ziekte, maar een ziekte waarbij je nooit beter wordt en alleen maar achteruit gaat. En het was slecht, heel slecht. Mijn broer ging met rasse schreden achteruit.

“Het zat al een tijdje in mijn achterhoofd. Het lot heeft het me al een paar keer gelapt. Niet consistent, want dan zou het lot voorspelbaar zijn. Wel eerder uitdagend”

Ik ging opnieuw op avontuur: het lot uitdagend. En jawel, daar was het weer. Broederlief kon niet lang meer leven. Een experimentele medicatie die wegens ‘te gevaarlijk’ van de markt werd gehaald, was het enige redmiddel. Enige bijwerking: broederlief heeft één procent kans dat hij plots overlijdt aan een virus. Maar … het is maar één procent zeker?

Het lot had nog één verassing in petto: broederlief bleek een veel grotere kans te maken op het virus. Vastgesteld – hoe kon het ook anders – toen ik op trektocht was door Amerika. Daarna bleef het echter stil… heel stil. Negen jaar is het er ondertussen. Ik begon zo stilletjes aan te hopen dat de vloek verdwenen was. Ik begon weer rustig adem te halen op reis. En reizen heb ik gedaan! Uitdagen, dat doe ik graag. Maar het lot bleef stilletjes in de schaduw afwachten om zijn slag te slaan.

Ik vergrootte de uitdaging. Ik ging mijn ultieme droom achterna en hing die droom vast aan een project: Ride Against MS… het lot bleef stil. Een jaar lang werkten mijn man en ik hard om onze droom te kunnen realiseren.

“Ik ging mijn ultieme droom achterna en hing die droom vast aan een project: Ride Against MS… het lot bleef stil. Een jaar lang werkten mijn man en ik hard om onze droom te kunnen realiseren”

Sinds we met het project naar de voorgrond zijn getreden, is het een emotionele rollecoaster geweest, met als hoogtepunt onze supportersdag die op zondag 30 september plaatsvond. Ik besefte plots dat ik helemaal niet alleen was om te vechten. Ik hoorde verhalen, ik kende verdriet, ik beleefde alles nog een tweede keer. Het verwerken was nu nog maar net begonnen. Maar de strijdvaardigheid bleef. Heel veel steun, heel veel verhalen, maar ook heel veel liefde, begrip en steun kwamen onverwacht op mij af.

Het lot slaat toe: vrijdag kwam het langverwachte, maar zo gevreesde telefoontje. Mijn hart sloeg een paar tellen over. Broer werd opgenomen in het ziekenhuis. Het kan zijn dat het gevreesde virus heeft toegeslagen, we wachten op resultaat. Is dit het dan? Ik had 5.000 mogelijke scenario’s afgespeeld in mijn hoofd. Dit scenario zat er niet bij. We moeten wachten!? We weten nog van niets!? Hoe reageer je hier nu op? Broederlief klinkt geruststellend, maar ik weet… hij is doodsbang.

Het afwachten is eigenlijk niets meer dan ondergaan. Dat hebben we ondertussen geleerd, dus ondergaan we de stille, pijnlijke kwelling.

"De Crocodile Trophy is een droom, maar mijn hart blijft thuis bij mijn broer"

Dinsdag komt het verlossende telefoontje: geen gevreesd virus! Maar zo kan het niet verder. Het gebruik van het geneesmiddel van de afgelopen negen jaar moet worden stopgezet. Maar er is een alternatief, nog in testfase weliswaar. Maar het ‘zou’ even goed moeten werken, zonder de doodsbedreigende bijwerkingen. Say What! Het lijkt te mooi om waar te zijn.

“We durven hopen! En we durven vechten. Voor alle vechters die ons zijn voorgegaan. Dankzij hen is de medicatie beschikbaar en wij kunnen via onze droom een steentje bijdragen”

Een levensbelangrijke keuze, die eigenlijk al gemaakt is, moet gemaakt worden… het kan niet anders. Broer moet springen en zoals wij hem kennen zal hij springen, de vechter die hij is.

Lot, wat heb je nu weer voor ons in petto? Mogen we hopen, durven we hopen?

Ja we durven hopen! En we durven vechten. Voor alle vechters die ons zijn voorgegaan. Dankzij hen is de medicatie beschikbaar en wij kunnen via onze droom een steentje bijdragen!

Broer is bang. Wij zijn bang. Een spannende periode breekt aan. Spannend in de vorm van angstzweetspannend, maar ook in de vorm van excitement, want mijn man en ik vertrekken naar de Crocodile Trophy, iets waar wij zolang van gedroomd hebben. Mijn hart blijft thuis bij mijn broer en mijn familie, bang afwachten met dat sprankje hoop.

 

Stage 0: “Eerste dagen op Australische bodem.”

Eerste dagen op Australische bodem

Na vier verschillende controles wordt Tom bij de laatste controle gevraagd om zijn appels en peren (letterlijk) op te eten of in de vuilnisbak te gooien. De vuilnisbak ziet eruit alsof er kernafval in te vinden is. Met veel uitroeptekens, doodskoppen… Het lijkt nogal idioot: omdat we de appels en peren opeten voor we over die gele streep stappen, zijn we minder gevaarlijk voor de ecologie van Australië. Ook onze fiets werd aan een properheidscontrole onderworpen. Je kan mij niet wijsmaken dat er geen bacteriën meer aanhangen omdat de fiets eens door de carwash is geweest. Maar kom, de wet is de wet en het zal misschien de varkenspest wel tegenhouden, een beetje, heel misschien. We hebben trouwens geen wild everzwijn verstopt in onze fietsdoos.

Wat ik van Australië verwachtte, is precies niet onder woorden te brengen

Eenmaal over de gele streep, met twee appels en twee peren in ons spijsverteringssysteem, zijn we dus officieel in Australië, jawel! Onze eerste indruk: het is plakkend warm! Nadat een taxi ons bij ons hotel afzet, kunnen we onze tweede indruk formuleren: het is veiliger dan Zuid-Afrika: Tom zijn paspoort werd niet gestolen, we werden geen vier keer aangesproken over onveilige situaties en niemand heeft ons drugs proberen aansmeren. Oef! Recht tegen over ons hotel is een supermarkt, wat ons brengt naar onze derde en vierde, vijfde… indruk: zoveel gezonde voeding te vinden! Glutenvrij en lactosevrij is de norm! En even slikken aan de kassa: dat is hier duur!

Eerste dagen op Australische bodem

Na een mooie, veilige en verbazingwekkende avondwandeling kruipen we in ons bed waar ik de slaap niet kan vatten. Jetlag of te veel verbazing die door mijn hoofd dwaalt?

Onze avondwandeling bracht ons langs de Lagoon: een soort openbaar zwembad aan de zeedijk, waar je dus kan zwemmen met zicht op zee. Het komt recht uit een advertentie voor een veel te duur hotel, maar dan wel gratis. Overal staan openbare barbecues geïnstalleerd in een openbare keuken met afzuigkap. Alles erop en eraan, behalve een stoomoven. De bijhorende tafel wil ik gerust in mijn achtertuin placeren. Die openluchtkeuken trouwens ook.

Persconferentie in het ‘Aquarium’

De volgende dag (twee dagen voor de start van de Crocodile Trophy) worden we verwacht op de persconferentie in het ‘Aquarium’. Wij dachten dat het ‘Aquarium’ een fancy naam voor een hotel was, maar het bleek hier echter om een gigantisch aquarium te gaan, inclusief gigantische vissen. We staan wat onwennig rond te draaien, moeten op de foto en plots duikt een veel te fel licht, verbonden met een camera, op voor mijn neus. Een micro onder mijn neus en een lichte paniekaanval in mijn hersenen. Mijn jetlagbrein weet het één en ander te produceren en een aantal verengelstalige Nederlandse woorden komen uit mijn mond gerold. Ik ben eens benieuwd wat dat zal geven. De crew vindt het wel genoeg geweest en schakelt vlot over naar Tom, die als een volleerde entertainer verslag uitbrengt. Tom heeft dan ook minder last van de jetlag, denk ik.

’s Middags fietsen we naar het mountainbikeparcours voor de wereldbeker in ‘Smithfield’. Een tochtje van 16km, waar wij miraculeus 25km van weten te maken. Eenmaal aangekomen worden we getrakteerd op 25km singletracks op verschillende niveaus. De zwarte piste spreekt ons wel aan en aangezien we redelijk vlotjes naar boven rijden, denken we dat we ook redelijk vlotjes zullen afdalen.

Eerste dagen op Australische bodem

Een mountainbikester probeert ons bergop bij te houden, maar slaagt er niet in. Boven aangekomen geeft ze ons wat feedback over de volgende afdaling. Keep left as much as possible! Deze ietwat vreemde mountainbikester vliegt de afdaling af! Ik hou zoveel mogelijk links aan en Tom is weg op het rechtse padje, met als gevolg kleerscheuren in zijn nieuw truitje.

Morgen de eerste etappe over 100 km en 2.900 hoogtemeters… Spannend

Onze mountainbikster wacht ons op. Het hele bikepark lijkt elkaar te kennen en ze weten al snel wie die twee vreemde witte vogels zijn, zonder dropper (een zadel dat kan zakken, wat afdalen gemakkelijker maakt). Ze nemen ons mee in hun wereld: ze rijden traag bergop om boven twee minuten uit te rusten en vervolgens de volledige afdaling uit de doeken te doen, zodat we weten welk paadje het beste is. Daarna vliegen ze naar beneden en komen wij met slippende banden en volledig dichtgeknepen remmen achter. Hier zouden we nog uren kunnen rondrijden, maar helaas begint het al donker te worden. Gelukkig vinden we de ‘korte’ route terug naar ons hotel, dat is dus slechts 16km.

Eerste dagen op Australische bodem

De volgende dag (een dag voor de start), zit ik op het terras van ons hotel. Onze hotelkamer komt uit op ons terras/veranda waar ik nu dit verslagje zit te typen. Dit was precies wat ik van Australië verwachtte én dit is precies niet onder woorden te brengen.

Date met een babykrokodil

In de late namiddag hebben we nog een date met een babykrokodil, waarna we ons nummer kunnen ophalen. Hier zien we voor het eerst onze mede Crocodile-riders. Nu begint voor ons de Crocodile Trophy echt. We eten nog een pizza met een pintje en begeven ons naar ons stort. Nog een uurtje werk om onze kamer op te ruimen en de bagage voor de Crocodile Trophy klaar te maken. Ons nummer aan de fiets hangen en op de trui spelden.

Dit is het dan, morgen de eerste etappe over 100 km en 2.900 hoogtemeters… Spannend!

 

Stage 1 Cairns – Lake Tinaroo: “Blij dat ik alleen kon rijden op dit parcours”

Stage 1 Cairns - Lake Tinaroo: "Blij dat ik alleen kon rijden op dit parcours"

De eerste etappe is altijd afwachten. Hoe goed is de tegenstand? Welke rijders hebben hetzelfde niveau om eventueel samen te rijden? Hoe is de omgeving om de fietsen? Hoe snel of gemakkelijk gaan de hoogtemeters? Met veel vragen stonden we deze morgen aan de start. De eerste klim, naar de start, loste al heel wat raadsels op. De twee andere elite rijdsters spinden hun benen rustig rond, terwijl het zweet bij mij als een fontein rond spoot, en toen moest de start nog komen.

Het begin van de officiële start klim was rustig op en neer stijgend op asfalt naar de dam. Daarna ging het plots steil omhoog. Mijn favoriete onderdeel! Ik kan meestal lang op mijn fiets blijven, terwijl de anderen moeten afstappen en te voet gaan. Ik heb dan ook een goeie ‘zigzag’ techniek. Dus ik ging ervoor. Na 10 keer explosief optrekken op een steil klimmetje, begon het toch genoeg te worden. Na 50 keer was het vet er helemaal af. Ik wist toen gelukkig nog niet dat deze steile klimmen 20 km zouden duren! Een 150-tal keer optrekken dus. (Ik heb het niet geteld of berekend, maar het voelt toch zo aan).

“We zaten op een hoogvlakte waarbij in de verte bergen oprezen”

Na het veel te lange steile stuk, begon een stukje single track. Deze viel in het begin helemaal niet mee, omdat de verzuring nog in de benen zat. Maar algauw begon ik toch een goeie flow te vinden, en wat rook het daar heerlijk. Tussen de eucalyptus bomen door hing een heerlijke citroengeur. Het landschap was variërend tussen bosbrandlucht en heerlijk groen boomkruinen, terwijl de ondergrond van rood stof tot grof zand overging (in zandkleur). Het stukje single track moest helaas eindigen en ik zette cruise snelheid in op een grote dirt road met wind in de rug. De citroengeur bleef hangen en ik werd getrakteerd op prachtige uitzichten. We zaten duidelijk op een hoogvlakte waarbij in de verte bergen oprezen. Het parcours was voorzien om verder vals plat te stijgen op de hoogvlakte en dat deed het ook.

Stage 1 Cairns - Lake Tinaroo: "Blij dat ik alleen kon rijden op dit parcours"

Hevige regen en onweer

Helaas voor mij waaide een onweer over. Alle scenario’s over doodgebliksemd worden, werden in mijn hoofd afgespeeld. Na een tijdje geen enkele bliksemschicht gezien te hebben, besloot ik dat ik toch wel gewoon mocht klagen (in mijn hoofd, want ik reed al de hele dag alleen) dat ik het lastige vals plat tegenstroom moest oprijden. De regen zorgde wel voor wat afkoeling, helaas zorgde het ook voor zand, … overal! Het zou nog een hele klus worden om fiets, kleren, schoenen en al de rest zandvrij te krijgen. Eindelijk stopte het met regenen. We bleven langs een kanaal tot aan de Lake Tinaroo. Daar aangekomen was het koud! Daarvoor moet je dan helemaal naar Australië komen. Enkele dames van duo teams waren al aanwezig in de (koude) douche? Ik had zeker geen enkele dame voor me zien komen rijden. Enkel onze twee sterke elites. Blijkbaar werden de laatste 20 deelnemers tegen gehouden wegens het onweer en werden met de auto naar het meer gebracht. Ik had dus toch recht om bang te zijn!

“De laatste 20 deelnemers werden tegen gehouden wegens het onweer en met de auto naar de finish gebracht”

Na de koude douche bleek dat wij geen matras hadden. Sarah White, mijn tegenstandster ging even naar huis en bracht een opblaasmatras mee. Een super sympathieke madam die helaas tweede werd. De eerste Elite dame Lucy Coldwell was een maat of twee te goed voor beide van ons. Toch ben ik trots. Geen mixed team kwam mij voorbij. Als wij als mixed team hadden meegedaan, dan hadden we gewonnen. Ik ben eigenlijk wel blij dat ik alleen kon rijden op dit parcours. Mooi mijn eigen tempo.

"Trots met derde plaats. Geen enkel mixed team ging mij voorbij."

“Trots met derde plaats. Geen enkel mixed team ging mij voorbij.”

Wat brengt morgen?

Tom begon heel sterk aan zijn koers. Ik zag hem vanuit de achterhoede op kop sleuren van in het begin van de wedstrijd. Zeven kilometer bleef hij tempo maken met in zijn wiel wereldtoppers als Urs Huber, 4-vouding winnaar Crocodile Trophy en meervoudig Zwitsers kampioen marathon mountainbike. Uiteindelijk werd hij achtstevandaag.

Een extra vermelding voor onze benjamin van de bende: Lotte de Vet, die door twee platte banden 20 km te voet moest en na het donker toekwam. Dus ster van de dag! Uiteindelijk was ze meer dan acht uur onderweg.

Morgen moet er maar liefst 118 km en 3450 hoogtemeters overwonnen worden en ze voorspellen opnieuw een warmteonweer tussen 14 en 15 uur. Start is om 8 uur, zullen we op tijd binnen zijn voor het onweer?

 

Stage 2 Lake Tirannoo – Herberton: “Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok”

Stage 2: Lake Tirannoo - Herberton: "Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok"

What a day, what a day! Voor zowel Tom als ikzelf. Het voorspelde al niet veel goed met 3.450 hoogtemeters, en mijn voorliefde voor klimmen (not). Tom daarentegen was helemaal in zijn nopjes. Hij ging ervoor! Hij bleef heel lang bij de kopgroep tot plots, psssss, platte band. Helaas was zijn ventiel (supappe) gebogen waardoor hij deze niet kon losdraaien, met andere woorden hij kon geen binnenband steken. Dus moest hij wachten, … en wachten, … en wachten tot een local plots langskwam om het ventieltje volledig af te knijpen met een tang. Tom vond er niets beter op om ondertussen een selfie te nemen.

Stage 2: Lake Tirannoo - Herberton: "Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok"

Ik begon met volle moed en kon me snel in een groepje nestelen, tot aan de eerste bevoorrading die al na 15 km kwam. Vreemd! De klim moest eigenlijk nog beginnen. Maar toch stopte ik om mijn tweede zelfgemaakte drinkbus op te halen. We maken onze drinkbussen zelf omdat we gisteren de isotonedrank niet te zuipen was!

Dan maar met veel drinken de berg op, en nog een helling, en nog wat omhoog. ‘Met de MTB door het oerwoud’ zo voelde het aan. We zaten in het tropisch regenwouden het was er wel mooi. Het grindpad ging zeurderig omhoog en af en toe hoorde ik een vreemde roep van een vogel. Als het al een vogel was.

Na 50 km kwamen we terug aan het begin van de klim en moesten we de hele start fase (10 km) terug rijden. Ondertussen was ik al even onderweg, wegens al het klimmen en ik keek uit naar de bevoorradingszone, ik begon al snel door mijn voorraad drank te komen. Gelukkig was het in het regenwoud niet tropisch warm.

50 km zonder bevoorrading

De tweede bevoorrading kwam op 65 km. Dit wil dus zeggen dat we 50 km zonder bevoorrading hebben gereden, met heel wat hoogtemeters. Bij deze bevoorrading was enkel water te krijgen. Om steil van achterover te vallen! Ik had tenminste toch wat extra zout nodig, maar ook dat was er niet! Help! Ik, met mijn verleden van dehydratie-problemen kon deze wedstrijd niet verder rijden zonder gevolgen voor mijn gezondheid, en dat had ik er niet voor over. Gelukkig was een mede-Belg aanwezig die een zakje ORS bij had. Die hebben we mooi gedeeld. Bij deze, duizendmaal dank.

Ondertussen was Tom terug aan het fietsen, helaas in de verkeerde richting. Een saboteur heeft de pijlen verhangen en zo reed hij 7 km om. Oh ja, extra trainingskilometers voor hem. Ware het niet dat hij er nog eens in slaagde om terug verkeerd te rijden.

Ondertussen was ik bij de volgende bevoorrading terecht gekomen waar ze wél isotonedrank hadden én gelukkig was deze van veel betere smaak kwaliteit.

Ik kon verder. Ik kreeg te horen dat Tom nog geen 20 min voor mij was doorgekomen, dus was er duidelijk iets mis.

Ga stappen met je fiets

Daarna volgde de hoogtemeters. Ik had schrik voor deze etappe omdat ik nog nooit meer dan 3.000 hoogtemeters met de mountainbike gereden had. Ik moest helemaal geen schrik hebben, want de hoogtemeters wandel je toch gewoon omhoog. Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok en daar ging ik klauterend te berg op, en daarna nog een berg. Het bleef maar duren. Onmogelijk dat hier iemand ooit op gefietst is. Ik vroeg het na de etappe eens aan de eerste wedstrijd rijders en ook zij gingen dus in klautermodus. Dus voor degene die ooit willen meedoen aan de Crocodile Trohpy, een goeie raad: Ga stappen met je fiets. Het kan misschien wel wat belachelijk overkomen…

Stage 2: Lake Tirannoo - Herberton: "Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok"

Na ‘the walk in the park’ kwamen we terug op tropisch regenwoud gebied alhoewel dat tropisch bosbrandwoud een betere benaming zou zijn. De bomen staken als luciferstokjes uit de grond en de heerlijke citroen geur werd overstemd door de geur van verbrand nat hout.

iPhone in duizend stukjes

Ook daar wist ik een nieuw padje te vinden dat 5 km langer was dan voorzien. Pijltje gemist zeker en de gps was na 7 uur fietsen dood. De laatste afdaling was wel technisch en uitdagend. Tom die de eerste afdalingen met de eliterenners naar beneden vloog, ging heel traag en voorzichtig naar beneden, maar miste een boomwortel. Gevolg een iPhone in duizend stukje en Tom met veel pijntjes. Dit was echt zijn dag niet.

Ik begon mij daarentegen eindelijk terug mountainbikster te voelen in plaats van wandelaar. Na 8 uur en 30 minuten kwam ik over de aankomstlijn, waar Tom beteuterd stond te kijken. Dit was ons dagje niet.

Old fashioned way

Stage 2: Lake Tirannoo - Herberton: "Mijn fiets werd gedegradeerd tot veel te dure wandelstok"

De organisatie laat klaarblijkelijk heel wat steken vallen. Als je de verhalen van 10 jaar geleden hoort, zijn het nog altijd dezelfde problemen. Met een Belg als nieuwe CEO zou het veel moeten verbeteren. Helaas krijgt deze Belg wel een hele crew onder zijn hoede dat nog altijd volgens de ‘old fashioned way’ draait.

Als deze etappe vandaag veel warmer was geweest had ik zeker moeten stoppen wegens te weinig hydratatiemogelijkheden en met mij een hele hoop anderen. Zeker geen reclame voor deze wedstrijd dus.

De organisatie belooft om het morgen beter aan te pakken, en ook de UCI-commissaris zal een sérieus oogje in het zeil houden. De veiligheid en gezondheid van de deelnemers is trouwens van het grootste belang!

Morgen is een etappe van 80 km en 2.650 hoogtemeters, met start en aankomst terug in Herberton. We starten met de omgekeerde afdaling van vandaag, waar Tom zijn downhill skils hem even in de steek lieten. Het was op die desbetreffende afdaling zeer steil. Ik zet dus alvast mijn wandelschoenen klaar en bouw die mountainbike even om tot wandelstok.

 

Stage 3 Herberton – Herberton: “Een bom op het parcours”

Een bom op het parcours

Een bom!? Jawel, er werd een bom gevonden op het parcours. Voor het eerste deel werden we omgeleid door de politie. Maar een bom? Blijkbaar was er hier in de Tweede Wereldoorlog een militair trainingskamp en komen de bommen hier bij bosbranden bovengronds zichtbaar.

Witte ridder op het zwarte paard

Ik vond het helemaal geen probleem, want hierdoor moesten we niet over de eerste ‘te voet’-helling. Tijdens de omleiding moesten we achter de auto blijven, maar die reed wel snel bergop: toch afzien dus. Eenmaal op het parcours werden we getrakteerd op de eerste helling te voet. Daarna volgden killerafdalingen op een soort zandsteen. Het was vandaag mijn dagje niet: ik maakte twee keer een uitschuiver op de zandsteen. Als je er heel voorzichtig over rijdt, heb je meer kans om te vallen blijkbaar. Mijn achterwiel schoof twee keer weg. De helling was zodanig steil dat ik ook na de val verder naar beneden bleef schuiven.

Een bom op het parcours

En plots was Tom daar. Als een witte ridder op zijn zwart paard. Hij wilde mij een stukje helpen omdat hij toch niet echt vooraan zat. Hij bedoelt dus niet tussen de eerste tien.

De hitte en de vele hoogtemeters maken het niet altijd gemakkelijk onderweg

Het was heet! Mijn (zweet)fontein schoot weer in gang en mijn benen voelden aan als lood. Ik kon Tom niet volgen, al deed hij zo zijn best om ‘traag’ te rijden. We hielden het snel voor bekeken en realiseerden ons dat we de juiste keuze gemaakt hadden om niet in een mixedteam te rijden. Tom is gewoon veel te goed. Aan de eerste bevoorrading vulde ik braaf mijn bidon en camelbag en daarna ging ik op weg voor de volgende 25km. De langste 25km van mijn leven, zo leek het wel.

Een bom op het parcours

Ik kreeg het echt lastig, enerzijds door de hitte en anderzijds door de vele hoogtemeters. Het ging steeds moeilijker om op de fiets te blijven en ik lurkte continue aan mijn camelbag. Die begon al snel weinig te wegen. Mijn bidon was ook bijna op en het klimmen bleef maar duren. Ik schoof van minischaduwplekje naar minischaduwplekje om even te schuilen voor de zon. Met een volledig lege bidon en camelbag belandde ik uiteindelijk aan de bevoorrading, waar ik zo wit als een lijk en rillend toekwam.

Het begin van een hitteslag

Wacht eens even, ik heb dit al eens meegemaakt… Ik heb een hitteslag, of toch het begin van een hitteslag. Het heeft geen zin om door te beulen. Ik blijf aan deze bevoorrading: eten, drinken en rusten uit de zon. Na een half uurtje begon het beter aan te voelen en ging ik weer onderweg. De volgende bevoorrading was slechts 15 ‘gemakkelijke’ kilometers verder. Ik deed het traag – op het gemak kan ik moeilijk schrijven, want er waren toch nog heel wat beklimmingen te bedwingen. De volgende bevoorrading bleef ik nog een half uurtje hangen op een schaduwplekje tot plots onze benjamin Lotte tevoorschijn kwam met hevige maagkrampen.

Morgen staat er een tijdrit van 38km en 1.000 hoogtemeters op het programma

Lote kwam amper van haar fiets omdat ze zich niet meer kon bewegen en ging direct op pad. Ik volgde haar. De laatste 15km waren relatief gemakkelijk, met zeer mooie uitzichten. Ik begon mij steeds beter te voelen en genoot nu echt! De hele dag reden we op zalige mountainbikepaden. Echt genieten, zeker als je je niet misselijk en ziek voelt. Tom heeft ook echt genoten van deze dag na zijn pechdag gisteren.

Een bom op het parcours

Na een lange dag stond een heerlijke maaltijd klaar, dus het genieten bleef duren. Het eten wordt hier gewoon beter met de dag! Voor Lotte was het afzien. Na een frisse (lees koude) douche kroop ze onmiddellijk in haar tent. Benoit, haar vriend, moest uiteindelijk zelf het podium op kruipen om haar prijs in ontvangst te nemen.

Tijdrit overleven

Morgen staat er een tijdrit van 38km en 1.000(!) hoogtemeters op het programma met aankomst in Ironbank, waar geen bereik is. Morgen dus geen verslag. Jullie moeten er maar van uitgaan dat wij onze tijdrit overleven, onze posities kunnen behouden als derde elite vrouw en achtste elite man en er ook van zullen genieten! Ironbank, en de weg ernaar toe, schijnt prachtig te zijn.

 

Stage 4 Herberton – Irvinebank: “Tijdrit met 1.000 hoogtemeters”

Tijdrit met 1.000 hoogtemeters

Vandaag staat een tijdrit op het programma. Dat wil dus concreet zeggen dat ik met een specifieke starttijd moest starten. Voor de rest blijft alles eigenlijk hetzelfde: ik rij alleen. Het was maar 39km. Een eitje, zou je denken, maar er stonden wel 1.000 hoogtemeters op het programma. Het was dus geen gewoon kippeneitje, maar een groot krokodillenei!

De lotski

De hoogtemeters brengen ook heel wat afdalingen met zich mee. Gisteren reed ik een stukje mee met onze ‘benjamin’ Lotte. Ze had op zichzelf een eigen unieke manier ontwikkeld om steil af te dalen. Ik lag bijna van mijn mountainbike toen ik haar bezig zag. Maar het werkt! Ze zit op haar bovenbuis, voetje uitgeklikt en met het achterwiel schuivend op een ski-achtige manier naar beneden, waarbij ze bijstuurt met haar voet. We hebben deze downhilltechniek ‘de lotski’ genoemd.

Tijdens de tijdrit heb ik ‘de lotski’ veelvuldig toegepast. Ik heb er wel mijn eigen versie van gemaakt waarbij ik achter mijn zadel hang en… schuiven maar.

Had ik net iets sneller de bevoorrading gedaan, dan was ik vandaag tweede geworden

De afdalingen waren niet voor iedereen een feest. Een van onze Belgische mederijdsters viel heel erg zwaar en liep meerdere breuken op ter hoogte van haar bekken. Het duurde wel even tot de dokter aanwezig was. Uiteindelijk moest er een helikopter aan te pas komen.

Tijdrit met 1.000 hoogtemeters

De dokter van de Crocodile Trophy is nu niet bepaald een groot licht. Gisteren stelde ze spreekuren in, omdat ze anders teveel zou moeten werken… Not. Anders zie je haar nergens, behalve om nog eens duidelijk te maken dat hydratatie belangrijk is. Helaas, als je haar om advies vraagt om het best te hydrateren, dan komt er geen zinnig woord uit. Weinig vertrouwen in de dokter dus.

Tom had vandaag een supertomdagje. Hij werd achtste. De eerste rijders zijn wel een niveau te sterk. Tom, die nochtans een strak tempo aanhield, werd plots voorbijgereden door Urs Huber. Hij reed maar liefst meer dan 27 km per uur gemiddeld.

Tactische plannetjes

Ondertussen worden hier heftige tactische plannetjes gesmeed, want Tom wil graag voor etappewinst gaan een van de volgende dagen.

Ikzelf hield het vandaag rustig. Op de eerste klim had ik alweer problemen door mijn hitteslag van gisteren. Ik nam zelf even een selfie tijdens de tijdrit. Ook tijdens de bevoorrading bleef ik rustig hangen. Er was gratis frisdrank, iets waar je bij aankomst drie dollar voor moet neertellen.

Tijdrit met 1.000 hoogtemeters

Ik had dus drie dollar gespaard, maar blijkbaar ook 80 dollar verloren. De eerste elitedame had pech. Had ik net iets sneller de bevoorrading gedaan, dan was ik vandaag tweede geworden. Voor de tweede is het prijzengeld namelijk 80 dollar meer dan voor de derde.

Onze bijna droge was is kletsnat. Ik hoop dat ik nog een tenuetje heb voor morgen

Bij aankomst in Iverbank scheen de zon genadeloos. We schuilden allen onder de kleine boompjes. Ik hing snel even onze was op die bijna droog was en… een wolkbreuk. De wolkbreuk bleef duren. Ons tentje begon onder water te lopen en moesten we dus verzetten. Onze bijna droge was is dus kletsnat. Ik hoop dat ik nog een tenuetje heb voor morgen.

Morgen komen we aan in één van de beste koffieplantages van Australië. Ik verlang al naar een lekker bakje. Met 95km te gaan en maar 1.200 hoogtemeters wordt het dus een Tomdag. De afdaling van 10km schijnt wel technisch te zijn en niet geschikt voor de ‘lotski’-techniek. Jammer…

 

Stage 5 Irvinebank – Skybury: “Overwinning dankzij Tom”

Overwinning dankzij Tom

Deze ochtend was het lichte paniek. Ik had geen enkele droge bh meer. We hadden een nogal wakkige nacht achter de rug. De onderkant van onze tent is blijkbaar helemaal niet waterdicht. Gelukkig scheen de zon al genadeloos om 07u ’s morgens. Ik hing mijn bh aan de antenne van een auto, knal in de zon en in de wind. Deze zou wel snel droog zijn… De rest van onze was was helemaal doorweekt.

Bij de start van de etappe stond iedereen terug onder de kleine boompjes de schaduw op te zoeken. De regenvloed gisteren leek helemaal vergeten te zijn. Vandaag stonden 95km en slechts 1200 hoogtemeters op het programma, semi vlak dus: een dag voor de Belgen… We moesten enkel de angstaanjagende afdaling overwinnen.

Energie-spaar-technieken

Na de start bleven we lang in een uitgerekt peloton, waarna er een aantal scheuren ontstonden. Het viel me op dat we met een groot aantal Belgen nog aanwezig waren op de frontpost. Ik had het naar mijn zin. Ik nestelde me in het pelotonnetje en maakte gebruik van al mijn energie-spaar-technieken om in een groep te rijden. Ik zakte achteruit in de bergop om dan via de katapult techniek terug naar voor de schieten. De pro rijders vonden me waarschijnlijk wel wat irritant maar het werkte. Ook Tom veraste ik een aantal keer door plots naast hem op te duiken. Het voordeel van dit alles was dat ik plots in eerste-vrouwelijke-elite-positie reed. Mijn tegenstandsters hadden de boot gemist.

Overwinning dankzij Tom

Het competitie beestje in mij schoot plots wakker, mede dankzij de grote dosis cafeïne tijdens mijn ontbijt. Ik begon al te dromen van een overwinning. Maar plots moest ik eraf. Toch een langer stuk bergop, en nog meer technisch bergop. Ik bevond mij bij twee Belgen Luc en Jan en ze geloofden er ook in. Ik kreeg hulp! Bijna boven op de klim keek ik achter me en zag in ons zog mijn twee tegenstandsters opduiken. Ai, dit zou moeilijk worden.

Ik maakte gebruik van al mijn energie-spaar-technieken om in een groep te rijden

Sarah White is een goeie daalster en ik heb al heel veel gesukkeld in de afgelopen afdalingen. Te voorzichtig, denk ik. Dus zoals voorspeld stak Sarah mij voorbij. Maar mijn mede Belg, Jan, nam me mee op sleeptouw. Hij had de ideale lijn en ik volgde en overwon mijn angst. In het begin met trillende benen, maar na een tijdje begon ik echt te genieten van de afdaling.

‘Graders’

Na de afdaling was de eerste bevoorrading. Ik had net Sarah teruggepakt en daar stond dan Tom. Tom die weer het verschot kreeg dat ik daar al was! Hij twijfelde geen seconde en nam mij mee op sleeptouw. Van ver leek het een romantisch uitje van een net getrouwd koppeltje op huwelijksreis. In het echt was het veel gepuf en gehijg achter Tom die probeerde de ideale weg te vinden op de hobbeldebobbelweg met zandstroken en veel heel ambetante bubbels die hier ‘graders’worden genoemd.

Overwinning dankzij Tom

Van ver leek het een romantisch uitje van een net getrouwd koppeltje op huwelijksreis

Meestal zijn er twee stroken. Als je op de ene strook rijdt, ben je altijd vol overtuigd dat de andere strook beter is. Tot je de oversteek maakten weeral denkt: godver was ik maar beter op mijn oorspronkelijke strook gebleven. Dit gevecht moest Tom constant aangaan met mij in zijn wiel, waarbij ik ook nog eens een eigen mening had over welk stukje nu beter was. Een ware relatie test dus. Deze test werd dan nog maar eens moeilijker gemaakt dankzij ambetante hellingen waar ik volledig moest terugschakelen, en tom op souplesse gemakkelijk omhoog leek te rijden. Ik al puffend en stoempend proberen zijn wiel te houden. Er leek geen einde te komen aan deze hellingen.

‘Flat-isch’

Volgens het hoogteprofiel zaten we wel op een vlak stuk! Het is ‘flat-isch’ zeggen ze hier dan. Het leek erop dat er nog een beklimming te wachten stond, en ik ging geen poot meer vooruit. Tom stelde zijn tempo bij, we begonnen de beklimmingen af te tellen. Ik heb wel een paar keer gehoord: dit is de allerlaatste beklimming, komaan! Niet dus. Tot aan de aankomst die normaal bergaf zou zijn moest ik nog bergop rijden.

Sarah bleek niet heel ver achter te zitten, helemaal alleen tegen de wind te beuken. Tom heeft zich net als ik helemaal leeggereden en ik dank dus mijn overwinning aan Tom. Het was volledig niet volgens plan, normaal was het plan dat Tom zou winnen vandaag. Maar ik ben toch supercontent. Straks is het de podium ceremonie en mag ik eindelijk die felbegeerde boemerang in ontvangst nemen. Ik was trouwens 16de in het algemene dag klassement tussen al die mannen!

Overwinning dankzij Tom

Morgen is het Tom zijn dag, na de voorbereidende opwarming van vandaag! We zijn alweer tactische vriendjes aan het maken zodat Tom in een groepje weg kan rijden. Ikzelf zal een superbelangrijke taak hebben: het gat laten vallen, waar ik naar mijn gevoel in mijn benen, zeer goed in zal zijn.

Ik was trouwens 16de in het algemene dag klassement tussen al die mannen

We rijden een lus ‘flat-isch’ van 127 km, ‘slechts’ 1550 hoogtemeters en blijven dus morgen terug in Skybury slapen! Waar ik morgenochtend mijn cafeïne gehalte op peil zal brengen met een van de beste koffies ter wereld.

Overwinning dankzij Tom

 

Stage 6 Skybury – Skybury: “Lekke band gooit roet in het eten”

Vandaag stond ik op met koffie in mijn gedachten. Het duurde niet lang of ik had mijn skybury koffie in de hand en… over de hand. Ik verbrande door de overvolle beker. Het was een enorme beker koffie, die ik helemaal niet op kreeg. Een gigantische cafeïne rush verwachte ik, maar bij de start van de wedstrijd bleef deze uit.

We gingen voor het Tom plan, waarbij ik de cruciale rol zou spelen om het gat te laten vallen. Ik liet inderdaad gaten vallen, maar niet voor Tom. De start direct bergop lag mij blijkbaar helemaal niet. Na een paar kilometer kwam ik er weer door, maar Tom was al lang gaan vliegen

We gingen voor het Tom-plan, waarbij ik de cruciale rol zou spelen om het gat te laten vallen

Stelselmatig kwamen groepjes weer samen en nestelde ik me vooraan een grote groep. We werden even bijna om ver gelopen door een stier, maar verder geen merkwaardigheden in onze groep. Tot kilometer 60 was het vechten voor je plaatsje en stoempen. Tom had minder geluk met het Australisch gedierte, hij werd van dichtbij geconfronteerd met een kangoeroe die plots de weg op sprong. De kangoeroe sprong de weg over en nam in volle snelheid Urs Huber (leider in klassement) zijn achterwiel en kwam zo zonder erg ten val, Tom die in zijn wiel zat kon zich nog net recht houden. De acht rijders van de eerste groep lieten het kangoeroe incident al snel achter hen. Ik moet niet uitleggen dat Tom vandaag gebrand was op een mogelijke overwinning en hij was mee. Het ging snel, maar goed. Op kilometer 80 was het tweede keer pech met een platte band voor Tom.

Gehele groep scheurt na tweede bevoorrading

Na de tweede bevoorrading vertrok de gehele groep waar ik me in bevond gezamenlijk. Maar dan kwamen twee Belgen voorbij die ook al pech hadden gehad. We probeerden te volgen, waardoor de gehele groep uit elkaar werd gereden. Ik was semi mee, mijn twee tegenstandsters niet! Onze twee Belgen bleven helaas sleuren en ik kon mijn wagonnetje niet aanhangen. Zo bleven we achter met vier, met voor ons de twee te snelle Belgen en achter ons een grote groep.

Lekke band gooit roet in het eten

De twee Belgen bleven lang voor ons hangen, dus bleven we proberen om bij hen te komen. Plots kreeg een van onze mederijders ketting problemen, toen waren we nog met drie. Dominic Kleijnen, de leider in de amateurs categorie en ook een belg, bleef bij mij. De stukken bergop ging hij iets te snel, maar hij wachtte en de semi vlakke stukken hielden we samen een mooi tempo aan. Het was nog 70 km met ons drie! Tegen een jagende groep. Het leek onmogelijk, maar we konden ons toch moeilijk omdraaien en wachten zeker! We gingen ervoor ook al leken de kansen klein.

Onze derde mederijder was heel explosief op de klimmetjes, maar… die explosiviteit stierf snel uit! Dus was het Dominic en ik en de laatste 30km was het vooral Dominic die het tempo bepaalde.

De stukken bergop ging hij iets te snel, maar hij wachtte en de semi vlakke stukken hielden we samen een mooi tempo aan

Het was een nerveuze 70 km om nooit te vergeten. We hebben wel honderden keren nerveus achter ons gekeken om helemaal in de verste verte niets te zien. Maar ze konden toch plotseling opduiken dachten we.

Het bleek dat we eigenlijk wat meer op ons gemak mochten rijden, want in de achterliggende groep hadden ze het tempo wat verlaagd en bleken slechts enkele rijders berijdt om mee te werken.

Platte band

De laatste 10km, op de laatste meest verschrikkelijke klim zag ik dan Tom staan met een platte band. Mijn hart brak, de teleurstelling straalde bijna fysiek van Tom af. Ik moest hem gewoon passeren, Ik kon niet stoppen! Met mijn imaginaire achtervolgende groep op de hielen

Ik had het hem zo gegund, en zou zo mijn eerste plaats ruilen

Dominic Kleijnen won in zijn categorie en ik won ook! Het was weer een dag voor de Belgen. We hadden nog genoeg tijd om onze fiets in de lucht te steken bij de aankomst. En dan was het wachten op Tom. De imaginaire achtervolgende groep kwam in stukken en brokken binnen geleidt door de eerste vrouw in het algemeen klassement. Ze nam nog wat tijd op Lucy, de nummer twee.

Lekke band gooit roet in het eten

En dan kwam Tom super teleurgesteld binnen. Ik had het hem zo gegund, en zou zo mijn eerste plaats ruilen. Ik zit weer te typen tijdens de podium ceremonie. Hier zijn veel verschillende groepen waardoor het podium een dik half uur duurt. Een ideaal inspiratiemoment voor een of andere reden.

We hebben wel honderden keren nerveus achter ons gekeken om helemaal in de verste verte niets te zien

Straks mag ik terug een boemerang in ontvangst nemen. Ik heb deze echt verdient, nog meer dan gisteren waar Tom mij volledig op sleeptouw had genomen. Natuurlijk een dikke merci aan Dominique, zonder hem was het zeker ook niet gelukt. Maar vandaag in onze grote groep, viel het op dat de twee andere vrouwen ook een steun-man hadden… Dus…

Morgen staat een etappe van 102km met 1350 hoogtemeters op het programma. We moeten ons boeltje weer inladen want we gaan naar Wetherby, waar het kampvuur zal klaarstaan.

‘Drop bears’

Ze waarschuwen ons hier net bij de briefing voor de gevaarlijke ‘drop bears’ op het parcours… whatever that is? Blijkbaar zijn dit een soort schattig koalabeertjes met grote tanden, die agressief uit de hoek kunnen komen (of uit de boom waarschijnlijk. Na opzoekingswerk op wikipedia blijkt dit een verhaaltje om toeristen af te schrikken.)

Een derde overwinning lijkt onwaarschijnlijk, maar ik had het vandaag ook niet meer verwacht. Ik zal dan toch een grote pot koffie halen ;) voor de zekerheid, en misschien kom ik wel zo’n imaginaire ‘bear’ tegen…

Lekke band gooit roet in het eten

Stage 7 Skybury – Wetherby: “Klaar voor laatste etappe”

Klaar voor de laatste etappe

Vandaag stond een ‘relatively easy’-etappe op het programma. De eerste 50km plat, met wat slijk, op zijn Vlaams dus. Ik zat in een groepje met vijf vrouwen. Ons Lotte, Mona, ikzelf en mijn twee tegenstandsters. Daarnaast zaten heel wat mannen in de groep, en twee keer raden wie al het kopwerk op zich genomen heeft: Sarah White, de leidster bij de vrouwen. De mannen waren bang zeker? En dat ze gelijk hadden dat ze bang waren. Na de 50km kwam 11km single track en Sarah liet gewoon iedereen achter zich.

Ik wilde mij niet zomaar naar de slachtbank laten leiden en probeerde meerdere keren te ontsnappen, met enkele sterke mannen. Maar in plaats van door te rijden, keken deze sterke mannen constant angstvallig achter zich, bang voor onze Sarah. En Sarah reed gewoon het gat dicht.

Kennismaking met een grote koalabeer

Op de single track viel het begrip ‘relatively easy’ in slechte aard. Het was weer afzien, technisch, maar toch fantastisch mooi. En daar zat plots een grote koalabeer, met een zeer wit gezicht. Hij had scherpe tanden en keek boos voor zich uit. Hij had ook koorts en had geen druppel drinken meer bij zich. Koala Tom zag er mottig uit. Hij maande me aan om door te rijden en hem achter te laten. Yeah right… like that’s gonna happen!

Klaar voor de laatste etappe

We zaten zeker nog niet in de helft van de single track en de eerste bevoorrading was na de single track. Uiteindelijk lijkt 11km niet zo ver, maar… op die stukken rij je maximum 5km/u dus… kan het wel eens lang duren (ik heb even geen zin om te rekenen).

Ik vermoed dat Tom niet meer zo helder in zijn hoofd was

Ik had nog een kletsje water in mijn camelbag en zo deelden we (oh romantisch) het laatste restje drinken. Ik moet toegeven dat ik even begon te panikeren, want we hadden geen enkel idee hoe lang we nog gingen rijden tot aan de bevoorrading en het was meer dan snikheet.

Daar heb je die zweetfontein weer

Ik had factor 50 gesmeerd en nog ben ik verbrand. Het is moeilijk te beschrijven hoe de warmte aanvoelt. Tijdens het fietsen heb je nog een zuchtje wind, maar vanaf je van die fiets moet, valt de warmte pardoes op je hoofd. En dan start mijn zweetfontein, met als gevolg zweet in mijn ogen en ook een wat onaangename geur van niet zo goed gewassen sportkleren. Het ergste is wanneer je jezelf begint te ruiken…

Klaar voor de laatste etappe

Aan de bevoorrading hadden ze gelukkig drinken en een dafalganneke. Helaas waren er geen neusknijpers. De volgende kilometers kwamen dichter bij het begrip ‘relatively easy’. Ik denk dat Tom hier niet zo over denkt. Hij probeerde zich sterk te houden, maar je zag zo dat hij het moeilijk had. Ik bleef mooi achter hem. Enerzijds omdat Tom dan zijn eigen tempo kan bepalen en anderzijds zodat ik een oogje in het zeil kon houden bij de afdalingen. Ik vermoed dat Tom niet meer zo helder in zijn hoofd was. Ik had gelijk. Bij de aankomst ging Tom praktisch van zichzelf. Een hitteslag, zo kwamen er vandaag wel meerdere over de aankomst.

Het is een gek gegeven dat het morgen de laatste etappe is

Gelukkig heeft Tom een zorgzaam vrouwtje die hem onmiddellijk in de schaduw op een slaapmatje kon leggen, zijn fiets kuiste, voor drinken zorgde én een honeymoonsweettent kon voorzien. Jawel, vanavond krijgen wij de wigwamtent van de dokter. Een echte partytent! We slapen dan wel in twee aparte bedden op 3 meter van elkaar, toch voelt het royaal in vergelijking met het iglotentje waarin we de afgelopen dagen probeerden te slapen tussen al onze rommel.

Eat, sleep, mountainbike en repeat

Er staat hier nog een heerlijke barbecue op het programma met een panoramisch uitzicht op de achtergrond. Het is een gek gegeven dat het morgen de laatste etappe is. Slechts 58km, met wel enkele hoogtemeters en een afdaling richting zee, maar dan zit het er werkelijk al op.

Klaar voor de laatste etappe

Ik kon dit wel gewoon worden. Eat, sleep, mountainbike en repeat. Het waren fantastische dagen en de groep werd hechter en hechter. Iedereen heeft superveel respect voor elkaar en iedereen heeft dan ook meermaals Tom zijn gezondheidstoestand gecheckt.

We zullen iedereen hier missen, minus een paar lastpakken dan misschien ;-)

 

Stage 8 Wetherby – Port Douglas: “De Laatste etappe”

Gisterenavond kwamen we toe op een magische plek, exact zoals ik van Australië verwachtte: glooiende weiden, zonsondergang in de bergen met overkomende wolken, groen doch uitgedroogde bossen en stoffig. Maar we hadden nog niet alles gezien. Het terrein bleek ’s ochtends groter dan verwacht, inclusief nette toiletten én warme douches. Waarom had ik me toch onder die koude tuinslang gezet?

De beloofde barbecue bleek gewoon de ‘leftovers’ (restjes) te zijn van de afgelopen dagen én helemaal niet genoeg. Na een half uur aanschuiven, was er niets meer over. Bummer!

Gelukkig had de Gerhard (stichter van de Crocodile Trophy) 2 kg marshmallows gekocht voor bij het kampvuur. Met Lotte en ik als zoetemuiltjes, waren die zakken vóór het kampvuur al bijna geschommeld

Tom en ik kropen snel in onze wigwam en waren, voor we het beseften, op bezoek in de eeuwige jachtvelden

De laatste dag dan. Het beloofde een mooie etappe te worden met véél singeltracks en een laatste ietwat mis in te schatten afdaling. ‘Hou je snelheid onder controle bergaf’ was het mantra van de dag. De eerste 20km reden we door uitgedroogd bos met de lichtroze achtergrond van de morgenzon, had dit iets buitenaards en feeëriek. Al snel kwamen we in het regenwoud gedeelte waar een ‘flowy’ singeltrack doorheen voerde. Het pad was prachtig… Na 15km had ik het dan wel gezien, eigenlijk…

Het einde van het pad kondigde zich aan met een poort die gesloten was. Het klimwerk van vandaag nam dus een ‘net iets andere’ proportie aan. Dat zijn dan 2 hoogtemeters extra. Daarna volgde de afdaling, dachten we. Met de remmen toe elk stukje naar beneden en met toegeknepen billen om achter de bocht toch weer een stuk bergop te vinden. Toen we de laatste kilometer van de wannabe afdaling ingingen begreep ik waarom we zo gewaarschuwd werden vooraf. De twee Belgen van het Team ‘rap bergaf’ gingen rap bergaf… het ene teamlid eindigde tegen een boom, vlak voor mijn neus.

De laatste etappe

Het was misschien nog 400 m naar beneden waar de dokter stond. Na gecheckt te hebben of hij nog kon rechtstaan, wat niet het geval was, reed ik naar de finish op zoek naar onze dokter.

Onze dokter… ik kan er een heel boek over schrijven. Onze dokter keep schaapachtig naar mij; hoe, iemand gevallen in de afdaling? Daarna volgde een vastberaden blik en de woorden: ik ga niet te voet naar boven. Zucht, het is slechts 400m! Daarna hesen we haar op de quad, met veel protest, want dat kon misschien te gevaarlijk zijn voor haar. En daar ging ze… nog geen 5min later kwam ze met veel show en de armen in de lucht, vanachter op de quad, over de meet.

Ok, het zal dan wel zo erg niet geweest zijn dachten we. Ik kom hier straks op terug (onheilspellend).

Tom kwam niet veel later over de meet, lijkbleek van de koorts die al 2 dagen in zijn lichaam sluimert. Aan de meet was er… niets. Geen water, geen eten, gewoon een streepje schaduw, wauw! We hadden ons het einde van de Croc toch net iets anders voorgesteld. Voor water en eten, moesten we 7 km verder zijn. Tom viel bijna van zijn fiets, 7 km dus nog. Hij had elke meter afgeteld naar de finish. De bijna laatste 7 km, probeerde ik Tom aan te sporen met het vooruitzicht op een colaatje en iets te eten. Aangekomen bij de bevoorradingszone was er … niets meer over. Zelf geen stukje watermeloen… Enkel water en zoutwater (van de zee) was er te vinden. De beproeving was nog niet gedaan, we moesten nog 4km over het strand naar de onofficiële finish in groep.

Of het was toch de bedoeling dat we in groep gingen. Tom lag uitgeput op de grond. Het duurde nog even voor hij terug op de fiets kon en toen was de hele groep al vertrokken. Er waren ook nog twee eenzame zielen op het parcours die iedereen even vergeten bleek te zijn

De laatste etappe

Toen kwamen we over de aankomst. Toegegeven, deze was prachtig, met een prachtig stuk strand en de bergen in de verte. Het was mooi. Maar met de brandende zon op onze bol, hadden we vooral dorst… en honger. Helaas was er ook (nog) niets. De kok was wel volop in de weer om hamburgers te maken. Deze konden we krijgen ná het podium ceremonie en dat kon toch wel even in beslag nemen. Ik ging het niet halen en Tom nog veel minder. De kok wou ook niet dat ik van dat podium zou vallen dus kregen we onofficieel de niet bestaande colaatjes. Er werd nog een zak oud brood uit de truck gevist en de laatste marshmallows. Daar stonden we dan, een feestmaal te eten van oud brood met marshmallows en een colaatje. Suiker genoeg.

Een plons in de zee zorgde voor de beach-babe-look, echter niet voor afkoeling want de zee kon evengoed doorgaan voor een warm bad

Toch was het heerlijk…

Dan de podiumceremonie. Mijn zonnecrème hield het niet langer en ik wat letterlijk aan het aanbakken in de volle zon. Het podium bleef maar duren. Ikzelf moest twee keer in actie schieten: voor het algemeen klassement en de rit werd ik 3de. Tom was uiteindelijk 7dein klassement bij elite mannen

Direct na ons optreden op het podium vlogen we naar de hamburgers. We zouden geen twee keer een half uur in de rij staan om dan niets meer te krijgen. De groepsfoto misten we, maar we hadden wel een plekje in de schaduw en genoeg groentjes, uitjes, kaas, broodje en kangoeroe vlees… hmmm lekker.

De Benoit… Ook over Benoit kan ik een heel hoofdstuk kwijt, maar ik zal het kort houden. Benoit is de vriend van Lotte, en was mee ingeschreven als supporter. Omdat hij sneller doorhad dan de organisatie en de backpackers war er moest gebeuren voor de renners, verzette hij heel wat on-officieel werk om het voor de renners toch wat aangenamer te maken. Hij betaalde hiervoor een grote deelname prijs en kreeg slechts een T-shirt in return. Ter vergelijking: Alle packpakkers gingen gratis mee en kregen 450 dollar na afloop! De Benoit nam ons mee naar ons hotel waar we onze vele zakjes gerief konden uitladen en dan zette hij ons af bij onze fiets aan de uitlaatzone, die 2km verder was dan de eerder gecommuniceerde uitlaatzone. De taxidiensten hebben mooi geld verdiend!

De laatste etappe

’s Avonds gingen we nog ene drinken, en daar hoorden we dat onze ‘té rap bergaf’ vrienden toch naar het ziekenhuis waren gegaan. De dokteres had hén blijkbaar gevraagd als ze de race wilden uitdoen (de officiële wedstrijd, 14km voor het niet officiële einde). Het was inderdaad te stom om 400 m voor de finish te stranden, maar als onze vriend de wedstrijd zou uitdoen, wilde ze geen hulp meer bieden, want dan was het buiten de wedstrijd. De medische wagen reed zelf voorbij het ziekenhuis, maar ze wilde niet stoppen! Dus als we de laatste 14km (terwijl Tom zo slecht was) iets voorhadden, dan moesten we onze plan maar trekken. De Belgische ‘té rap bergaf’ rijder werd in Cairns opgenomen in het ziekenhuis. De eerste onderzoeken wezen op een gebroken schouderblad, er moesten echter nog wat onderzoeken gedaan worden, hij moest dus in het ziekenhuis blijven. We hopen op het allerbeste én een snelle recovery!

Tom en ik zijn blij dat we zonder al te veel kleerscheuren van dit avontuur zijn afgekomen. De Croc is waarschijnlijk wel één van de zwaarste wedstrijden ter wereld. We zijn op prachtige plaatsen en op magnifieke paadjes gereden. De accommodatie en organisatie is echter totaal niet aangepast aan deze omstandigheden. Er werden meermaals renners vergeten. In een zone zonder gsm-bereik kan dit tot ernstige problemen leiden. De bevoorrading en het eten was ondermaats en onhygiënisch. De eerste dag hadden we sportdrank gekregen die blijkbaar een jaar overtijd was, vandaar de slechte smaak.

Slapen in een tentje en douchen met koud water maakt nu de wereld niet uit. Maar wanneer aan de gezondheid én de veiligheid van de deelnemers geraakt wordt dan is het een ander verhaal. Het mag dan wel de zwaarste wedstrijd zijn, ik noem het eerder de meest onverantwoordelijke mountainbike wedstrijd.